BLADMUZIEK (46)
derde kwartaal 2015
door Pieter Kuijper
Ik kom even terug op twee demootjes die op tafel kwamen bij de behandeling van de Coup des Contraires eerder dit jaar. In de januari-editie van Bladmuziek, de eerste kwartaal aflevering 43, eerste kwartaal 2015, liet ik diagram 1b zien en in mei, Bladmuziek 45, verscheen dia 7b in beeld. In de herhaling worden ze ditmaal geconfronteerd met oudere rechthebbenden.
http://www.damclubpurmerend.nl/pdn/46/1b.PDN
http://www.damclubpurmerend.nl/pdn/46/1c.PDN
http://www.damclubpurmerend.nl/pdn/46/7b.PDN
1b 1c 7b
Altijd als ik iets nieuws denk te hebben bedacht check ik (althans zo goed en zo kwaad als dat gaat) of het nog onbekend is, want we hebben een hobby met een lange traditie en een verre horizon. De belangrijkste controletoets die ter beschikking staat is de digitale damproblemen collectie die Klaas Bor ten behoeve van de Kring voor Damproblematiek heeft vervat in de Turbo Dambase (ik gebruik de versie comp.2006cgd, maar er is inmiddels een recentere editie). Deze collectie is een vraagbaak van onschatbare importantie, er zijn ongeveer 150.000 in de wereldpers en -literatuur gepubliceerde problemen in opgeslagen, maar omdat dit naslaginstrument vanuit een slechts beperkte bronnenreeks gevoed werd is het overzicht lang niet compleet. Gelukkig staan er ook in de meer persoonlijke sfeer hulpverleners klaar voor raad en daad; ik heb het over de verzamelaars die hun belangstelling focussen op geselecteerde thema's (bijvoorbeeld: problemen die eindigen op het v/h Guerra thans weer Timoneda-motief of op de lange lijn oppositie). Medio vorige eeuw begonnen er collectioneurs hun belangstelling te richten op damproblemen van een bepaalde omvang. Zo ontstond een verzameling composities met beide partijen bij aanvang in het bezit van acht schijven, die beheerd werd door Jan Vink; en een verzameling van zeven tegen zeven materiaal (men noemde ze: miniaturen) die inmiddels onder de gedegen hoede is gekomen van Eddie van de Acker. Bij hem controleer ik periodiek of mijn 7x7 vondsten het predikaat 'nieuw' verdienen. De collectie van Eddie bevat naast het aan de Turbo Dambase bekende materiaal ook heel wat spul uit andere (al dan niet officiŽle) bronnen, en hij helpt mij helaas met enige regelmaat uit de droom. Zo meldde hij bij de meest recente controleslag (die plaats vond nadat ik de afleveringen Bladmuziek 43,44 en 45 al aan onze webmaster had aangeboden) dat hij slecht nieuws voor me in petto had inzake 1b en 7b. Wat betreft 1b: zie 1c dat bekend is uit een uit diens sterfjaar daterende bundel stille werken van de bekende Noord-Hollandse problemist Dirk Kleen (1894-1974). En wat 7b aangaat, A. Moisejev liet in september 2006 ergens in Verweggistan hetzelfde ding op het internet zetten, maar dan met 42 op 41. Wist ik veel? In beide gevallen verdient mijn probleem niet de originaliteitsprijs maar wel de voorkeurszetting. De dia's 1b en c verschillen niet al te zeer, maar stand 1b oogt aanmerkelijk natuurlijker en de indertijd aangegeven leuke fop is het kersje op de taart dat in 1c node gemist wordt. Neemt niet weg dat de erepalm voor het CdC-1/3 brilmotief in de kont van Kleen thuishoort. In de zetting van Moisejev is 7b bijoplosbaar wanneer je begint met 22-18 en vervolgt met slag naar veld 36, mijn versie heeft dat mankement niet; maar ook hier geldt dat M. de auteursrechten op het CdC-1/4 motiefje kan claimen.

Nog even de oplossingen:
1b 38-32(27x38), 37-31(26x37), 48-43(38x49), 46-41(49x19), 41x5(15x24), 5-19 en nu de brilmotiefstand met harakiri scherpe ontknoping (24-29), 19x2(29-34), 2-7(34-40), 7x45
1c 28-22(17x28), 38-32(27x38), 49-43(38x49), 47-41(49x19), 41x5(15x24), 5-19(24-29), 19x2(29-34), 2-7(34-40), 7x45
7b 24-20(25x32), 42-37(17x39), 37x8(15x24), 8-2(11-16a), 2x27 a(24-30), 2x25

Nu we toch zo leuk bezig zijn met de 7x7 miniaturencollectie, en ook omdat het in de zomer toch al zo warm is tegenwoordig, beperk ik de verse serie ditmaal tot Kuijpertjes van dit formaat. Een setje van negen stuks; ik putte ze ongegeneerd uit mijn voorraad ouderen van dagen; ze zijn (in afnemende leeftijdsvolgorde) vanaf negen jaren tot een jaar om deze of gene reden op de plank blijven liggen en ik ben ze liever kwijt voordat de uiterste houdbaarheidsdatum in zicht komt. Ze zijn al wel opgenomen in de collectie Van de Acker. U mist de begeleidende oplossingen, want eigenlijk vallen ze allemaal best wel uit het losse polsje te ontraadselen. De dia's 1 en 5 lijken me het eenvoudigst, de plaatjes 8 en 9 zullen wat zweetdruppels vergen. Als hint voor de doe-het-zelver geef ik bij elk probleemdiagram de beoogde slotstand. Maar het indrukken van de digitale hulpknop zal ik aan lieden met een verwekelijkte persoonlijkheid oogluikend toestaan.
http://www.damclubpurmerend.nl/pdn/46/1.PDN
http://www.damclubpurmerend.nl/pdn/46/2.PDN
http://www.damclubpurmerend.nl/pdn/46/3.PDN
1: een eenzame witte dam op 46 2: zwart aan zet met een dam op 48 tegen twee witte schijven op 31 en 49 en een witte dam op 37 3: zwart aan zet met een schijf op 32 tegen een witte schijf op 42
http://www.damclubpurmerend.nl/pdn/46/4.PDN
http://www.damclubpurmerend.nl/pdn/46/5.PDN
http://www.damclubpurmerend.nl/pdn/46/6.PDN
4: zwart aan zet met een schijf op 35 tegen een witte dam op 25 5: zwart aan zet met een schijf op 34 tegen een witte schijf op 44 6: zwart aan zet met een schijf op 15 en een dam op 20 tegen wit een schijf op 25 en een dam op 19
http://www.damclubpurmerend.nl/pdn/46/7.PDN
http://www.damclubpurmerend.nl/pdn/46/8.PDN
http://www.damclubpurmerend.nl/pdn/46/9.PDN
7: zwart aan zet met een schijf op 16 tegen een witte dam op 27 8: zwart aan zet met een schijf op 14 tegen een witte schijf op 40 9: zwart aan zet met een schijf op 41 tegen drie witte schijven op 34,42 en 45
Ik besluit met een kleine boodschap, een beetje een zedenpreek, en die plaats ik aan de hand van de diagrammen 10a,b en c. Een verzameling, en dus ook die van de 7x7's, is louter een registratie en impliceert op zichzelf geen intrinsiek waardeoordeel, wat aan de norm voldoet krijgt een plek. Plaatje 10a toont de toeschouwer een heel vanzelfsprekend gevalletje, ik trof het niet aan in de Turbo Dambase maar de collectie EvdA hikte vier verwante producten op, de vroegste is een onscherp ding van ene M. Pourquier (La Marseilaise 1993). De collectie bevat sinds 2010 ook een aan 10a vrijwel identiek, maar (u snapt wel waarom) qua aanblik inferieur geval op naam van Sijbrand van Eijk, die zwart 6 en 12 op 1 en 17 plaatste en wit 43 en 50 op 44 en 48. En, omdat verzamelingen emotieloos registreren: hoera, via deze Bladmuziek-rubriek komt straks ook 10a vanzelf in de boeken. Nou ja, hoera.., bij de wenselijkheid van zo'n teboekstelling zal de gemiddelde probleemontwerper een vraagteken plaatsen. Sterker nog, deze dreumes wordt door de meesten vermoedelijk thuis weggestopt in het laatje 'ongerijpt', want er vallen met het achterliggende concept zo veel interessantere en chiquere dingen te realiseren, bijvoorbeeld de dia's 10b en 10c.
http://www.damclubpurmerend.nl/pdn/46/10a.PDN
http://www.damclubpurmerend.nl/pdn/46/10b.PDN
http://www.damclubpurmerend.nl/pdn/46/10c.PDN
10a 10b 10c
Net als in de grote kunst hanteert niet iedereen dezelfde uitgangspunten. Een enkele ontwerper is andersdenkend en koestert het adagium 'less is more'. Bovenvermelde Sijbrand van Eijk was er zo een, een zoeker naar de essentie, de abstractie. Hij creŽerde scheepsladingen klein grut, vaak door groter werk van andere componisten tot op de kern te fileren, wat in feite met enige regelmaat neerkwam op plagiŽren. Met zo'n 7500 bijdragen (veel werkjes zijn ontleend aan een stapel in eigen beheer uitgegeven boekjes) werd hij zo doende de meest prominente, zeg maar gerust dominante, aanwezige in de Dambase. Ten dele kan ik hem geen ongelijk geven. Voor wie er van nature al een heeft is het onnodig om een feestneus op te zetten; een affe kern moet je niet verrijken met ballast, dan tast je hem aan. En toch, wat is Mondriaan zonder Da Vinci, Satie zonder Bach, Zakelijkheid zonder Barok. Nieuwsgierigheid brengt de mens verder dan zelfbeperking. Minimalisme kan licht leiden tot luiheid, een situatie waarin niet het scheppend ambacht prevaleert maar de kale praalzucht van de creatieveling. Die ziet in feite liever zichzelf dan zijn creatie in de etalage, en verwordt zo van kunstenaar tot kunstenmaker. Vandaar het min of meer wetmatige standpunt van de oude meesters: waarom klein als het voor hetzelfde geld groter kan? Aankleden en uitdiepen, zo doen we dat. Neem nu de diagrammen 10b en 10c. In de min of meer natuurlijke diagramstand 10b zijn de contouren van 10a duidelijk te herkennen. Een onaangenaam bezwaar is dat de dekking van de zwarte schijf 45 door een afstopper op 50 ontbreekt. Dat witje moest bij gebrek aan tempotijd al bij aanvang jammerlijk op 44 worden geplaatst. Tegenover dit blijk van zwakte staan een aantal compenserende extraatjes. Natuurlijk: de invulling van veld 25 met gelijktijdige ontruiming van veld 19. Maar ook: de apotheose, niet een miezerige damvangst zoals in 10a maar een imposante motieftrouvaille (slechts door te plakken heeft zwart de mogelijkheid om de witte dam bij de kraag te vatten); geen vondst van mezelf, het idee werd eerder (vermoedelijk voor het eerst in 1989) diverse malen toegepast door Leen de Rooij. Bij de fantasiestelling 10c, die afwikkelt met een rijke eerste en een triomfantelijke derde zet, is de herkenning vervaagd en de techniek veranderd, geen zwarte dam op 24 en geen 44-40 maar 12x40 om het slagmechanisme naar 5 in beweging te krijgen. Maar een scherpe waarnemer zal de verwantschap met de twee ter linkerzijde niet licht ontgaan.

Ik wens al mijn lezers een mooie zomer toe. We treffen elkaar weer in oktober.
Pieter